Alternatief café

De wilde jaren. Jongeren zetten zich vierkant af tegen de welvaartstaat. De vaak ludieke acties van de hippies en beatniks groeien uit tot een stevig politiek protest. Nieuwe sociale bewegingen zien het licht. Het decennium, geboren in goedgelovigheid en gehoorzaamheid, eindigt op de barricaden van de sociale kritiek.

In de jaren 1960 komen twee generaties recht tegenover elkaar te staan. Ouders die aan den lijve hadden ondervonden wat oorlog en ontbering is, omarmden het comfort van de consumptiemaatschappij. Hun kinderen, opgegroeid in een wereld van overvloed, verzetten zich tegen dat materialisme. De traditionele machtstructuren voelen ze aan als een ondraaglijke vorm van autoriteit. Niet alleen thuis botst de rebelerende jeugd op een muur van onbegrip, ook op straat wordt hard opgetreden: de politie slaat de manifestaties meermaals met geweld uit elkaar. Het sterkt de jongeren alleen maar in hun utopische verlangen naar een nieuwe en vrijere wereld.

In heel het Westen ontstaat een bonte verzameling aan kleine en grote protestbewegingen die strijdt voor een vrijere democratie, een betere bescherming van het leefmilieu, vrouwenrechten, rassengelijkheid, het einde van de oorlog in Vietnam...

Ook de Belgische universiteitsstudenten komen massaal op straat. Aan de Leuvense katholieke universiteit betogen de studenten tegen hun autoritaire bestuur en ze eisen meteen ook dat de Franstalige afdeling wordt buitengezet: ‘Leuven Vlaams!’

Voor het eerst komen er acties tegen de aanleg van nog meer autosnelwegen. In 1968 brengt een Vietnam-betoging in Brussel 20.000 mensen op de been. Ook de vrouwen laten van zich horen. De ‘Dolle Mina’s’, het ‘Vrouwenoverlegkomitee’ en vele andere vrouwenbewegingen eisen dat het verbod op abortus ongedaan wordt gemaakt. Ze willen een nieuwe verdeling van de huishoudelijke taken binnen het gezin en schreeuwen om ‘gelijk loon voor gelijk werk.’