Schans met woning
Schans met woning Beverlo - #60

Bouwperiode: 17e tot 19e eeuw | Afkomstig van: Beverlo | Naar Bokrijk gekomen in: 1970 | locatie in het museum: Oost- en West-Vlaanderen

Het gebouw en haar verleden

Een schans was een toevluchtsoord omgeven door een watergracht waar men zich in tijd van oorlog kon verschansen. De toegang kon afgesloten worden door een ophaalbrug over de gracht. Het in vakwerk opgetrokken woonhuis uit Beverlo (ca. 1800) bestaat uit een woonkeuken, twee slaapkamers en een aangebouwd geitenstalletje. Dit eenvoudige daglonershuis is een representatief voorbeeld van de primitiefste bewoningsvorm in de Kempen.

TIJDLIJN


1800

Het huis uit Beverlo dateert van rond 1800.


1962

Conservator Weyns bouwt een schans in het Openluchtmuseum. Voor het ontwerp baseert hij zich op de Molenvense schans.


1970

Bokrijk bouwt in de schans een eenvoudig huis, overgekomen uit Beverlo.


2017

Start restauratiewerken.


OVER DE SCHANS EN WOONHUIS BEVERLO

Dit woonhuis is een aangepast, eenvoudig gebouw van rond 1800 met een soortgelijk gebouw uit Hasperhoven als voorbeeld. De schans, bestaande uit een gracht, omwalling en houten valbrug, zijn eveneens reconstructies. Het geheel is typerend voor toevluchtsoorden zoals die in de 17e eeuw gebouwd werden. De groene site met woning zorgt voor een totaalbeeld van hoe een toevluchtsoord in die tijd eruit zag en is daarom een belangrijk onderdeel van Bokrijk.

De woning is gemaakt met vakwerkbouw en heeft een lemen vloer in het interieur. Het gebruik van baksteen komt terug in de funderingsmuurtjes en de schouw, die door zijn situering zowel de keuken als slaapkamer kan verwarmen. Voor dit warmte-element zijn in de zon gebakken stenen gebruikt: die zijn erg speciaal en dus van grote erfgoedwaarde.

VERSCHANSEN

Een schans is een verdedigbaar, omwald terrein. Een schans moest de bevolking op het platteland beschermen tegen oorlogsgeweld. Hoe de schansen er precies uitzagen of waar ze juist lagen, is niet altijd te achterhalen.In België waren er minstens 200. De meeste schansen doorstonden de tand des tijds niet. Soms lieten ze wel sporen na in het landschap.

EEN DORP IN HET KLEIN

De dorpelingen konden zich bij gevaar tijdelijk terugtrekken in de schans. Ze brachten hun dieren, hun mondvoorraad en hun meest kostbare bezittingen mee binnen de aarden omwallingen. Ze bouwden er enkele eenvoudige woningen of schanshutjes. Er werd een bakoven opgericht en enkele varkenskoten. De toegang tot de schansen werd vaak bemoeilijkt door een gracht of vijver, met een ophaalbrug en een wachter. Sommige schansen hadden een ‘voorschans’: een tweede gracht ter hoogte van de toegang. De mannen liepen wacht op de omwalling om de schans te verdedigen tegen rondtrekkende troepen en huurlingenbendes.

BURCHTEN EN TORENS

In de Kempen hadden de dorpen vaak geen kasteel of ommuurde abdij in de buurt. Om te schuilen hadden de inwoners hun schans. In andere regio’s waren er andere schuilmogelijkheden. In het rijke Haspengouw waren er versterkte burchten. In Noord-Frankrijk werden de kerkjes versterkt met torens, zodat de inwoners zich in de kerk konden verschansen.