Windmolen Mol-Millegem
Windmolen Mol-Millegem - #38

Bouwperiode: 18e eeuw | Afkomstig van: Mol-Millegem | Naar Bokrijk gekomen in: 1954 | locatie in het museum: Kempen

Het gebouw en haar verleden

Dit type windmolen ontleent zijn naam aan de “standerd”, de houten spil van de molen. Het molenhuis draait hier rondom als een grote vierkante kast, om de wieken in de wind te kunnen zetten. Deze standerd rust op een onderstel dat eruitziet als een houten piramide. Onder die piramide staan gemetselde blokken, teerlingen genaamd. Deze zijn altijd gericht naar de vier windstreken. De molenaar draaide met de lange hefboom, de staart, de molen in de richting van de wind. Hij snoerde de kettingen vast aan de kruipalen die in een cirkel in de berm van de molen werden ingegraven.

TIJDLIJN


1788

De windmolen wordt op een metershoge zandberg in Millegem, een gehucht van Mol, gebouwd.


1955

Molenaar Jozef Van Baelen verkoopt de molen aan Bokrijk. Hier vangt de molen onvoldoende wind omdat hij te laag en in bosrijk gebied staat.


2003

Tijdens een onweer breekt een van de wieken. Dat is de aanleiding om de molen grondig te restaureren.


2017

Start van de restauratie.


OVER DE MOLEN

Deze molen heeft al heel wat restauratiewerken ondervonden. Deze 18e-eeuwse  standerdmolen met typische Limburgse indeling (bovenin de maalgangen en onderaan een meelzolder) moest al vanaf het begin goed onderhouden worden vanwege het intensieve gebruik voor het malen van meel. Wanneer de molen in 1955 naar Bokrijk komt, gaat er aandacht naar de plaats van opbouw om een goede werking voor de toekomst te verzekeren. Om deze reden werd deze standerdmolen op een metershoge zandverhoging geplaatst.

Het gebouw heeft uitzonderlijke architecturale en technische waarden. De schuitvormige kap is typisch voor de Kempen.  Daarnaast is de molen zeer goed aangepast in functie van het gebruik en het klimaat. Er zijn houten shingles aangebracht die de wind moeten opvangen terwijl de andere gevels bekleed zijn met houten planken die wit zijn geverfd.

Binnen tref je een houten molentechniek aan bestaande uit onder meer een imposante molenas met wielen en maalstoelen. Daarnaast is in het interieur de datering van de molen leesbaar en staan op verschillende plaatsen inscripties (o.a. ‘P. Vermeerbergen geboren te Balen’, ‘I. Laenen 1853’, ‘1791 M. Van G’ ‘L. LUYCKX 1902’). Het interieur is nog volledig origineel.

Onderhoudswerken waren er in 1985 en 1989, beide uitgevoerd door Adriaens molenbouw uit Weert (NL).

HET MALEN VAN GRAAN

Deze molen is wendbaar, net als de meeste Europese windmolens. Met de hefboom of ‘staart’ kunnen molenaars de molen naar de wind draaien. Bij standaardmolens zoals deze draaien zowel de wieken als de romp mee. Bij andere molens, bovenkruiers genaamd, draait enkel de kap met wieken bovenaan. Een voorbeeld daarvan is de molen uit Schulen, die je elders in het museum vindt.

De molen diende om graan tot meel te malen. De zware zakken graan werden met een touw omhoog getrokken. Vervolgens werd het graan tussen de maalstenen gemalen. De molenwieken drijven die maalstenen aan. In de maalstenen waren lijnen gekerfd om de graankorrels kapot te breken. De molenaar moest de molenstenen regelmatig bijwerken om ervoor te zorgen dat ze voldoende scherp bleven. Het ruwe oppervlak van de molensteen zorgde ervoor dat de korrels fijn gemalen werden.

Wanneer de molen niet maalde, bracht de molenaar zijn dorpsgenoten op de hoogte van nieuwtjes, zoals een geboorte, huwelijk of overlijden, door de molenwieken in een bepaalde stand te plaatsen. Dat kon bijvoorbeeld een X of een plusteken zijn. In oorlogstijd waarschuwde de molenaar als er gevaar dreigde. Bij dorpsfeesten werd de molen versierd met gekleurde vlaggetjes en zeilen.