Windmolen Schulen
Windmolen Schulen - #13

Bouwperiode: Late 18e en vroege 19e eeuw | Afkomstig van: Schulen | Naar Bokrijk gekomen in: 1957 | locatie in het museum: Haspengouw

Het gebouw en haar verleden

Deze achtkantige torenmolen uit Schulen dateert uit de 18e eeuw. Deze molen is één van de drie laatste molens van dit type in ons land.

TIJDLIJN

1800

De molen wordt rond 1800 in Berbroek (Herk-de-Stad) gebouwd, vlak bij de grens met Schulen (Herk-de-Stad


1851

Molenaar Michael Van Grootel verplaatst de molen in zijn geheel op rollen (!) over 100 meter afstand. De molen staat daardoor in Schulen.


1930

Molenaar Theodoor Rodiers krijgt bij het scherpen van de molenstenen een stuk metaal in zijn linkeroog. Hij wordt gedeeltelijk blind.


1954

Theodoor Rodiers verkoopt de molen aan Bokrijk.


1984

Grondige restauratiewerken zijn nodig. Uit veiligheidsoverwegingen wordt de molen gedemonteerd. Hij wordt op een andere plaats in het Openluchtmuseum heropgebouwd.


2017

Op 1 juni starten de nieuwe restauratiewerken. De afronding is voorzien in het najaar.


OVER DE MOLEN

Deze molen uit de 18de eeuw bevond zich oorspronkelijk in Bertbroek, maar nadat de molenaar de aanpalende grond niet voor eigen gebruik kon kopen, verhuist het gebouw in 1851 naar Schulen. Dit erf – 100 meter vanaf de vorige standplaats- bevond zich naast een galg, wat leidde tot de bijnaam ‘Galgemolen’.

De molen heeft een achtzijdig molenlijf met bovenaan een kap dat verkruid kan worden (bovenkruiertype). Het betreft een houtenachtkantmolen met een zetelkap die de molenas en wieken draagt. Het molenlijf heeft hoekstijlen die met elkaar verbonden worden door wandregels en wordt geschoord met schoorbalken. De kap kon voorzien worden van planken, stro of houten leiden.

De benedenruimte diende als bergruimte en had een ‘koe’ of ‘kalf’ waarmee de molensteen verplaatst werd. Op de verdiepingen bevonden zich de meelzolder, de steenzolder, de luizolder en de kap. Een staart met schoren, die van de kap tot op de grond reikten en die verbonden waren met het kruiwerk, richtten de molen naar de wind. De molenas droeg een wiel, dat tevens dienst deed als vangwiel met vang en vangbalk.

Een gebroken wiek in ijzer was de aanleiding tot de stopzetting van de molenactiviteiten. In 1954 werd het gebouw overgebracht naar het Openluchtmuseum van Bokrijk. De molen werd oorspronkelijk gebouwd op de grens Haspengouw- Kempen. Vanaf 1984 werd hij omwille van stabiliteitsproblemen afgebroken en bleef hij zonder nieuwe locatie 13 jaar in het depot. In 1996 werd de molen opnieuw opgericht door de firma Caers uit Retie. De nieuwe locatie was op de grens tussen Brabant en Haspengouw, naast de duiventoren uit Eppegem. De molen werd op een heuvel geplaatst om goede windvang te garanderen. In 1997 werd de nieuwe inhuldiging van de molen gevierd met een muziekdag.

'DE BEWONERS'

In 1851 betrekt molenaar Michiel Van Grootel-Beukers het gebouw. Hij is degene die het gebouw zal ‘verrollen’ naar Schulen. De molen werd voor de verhuizing tot 1950-1951 draaiende gehouden door de familie Rodiers Buckers.

Het werk in de molen was zwaar en hard, maar ook gevaarlijk. Molens stonden vaak op een hoger punt in het landschap om zo veel mogelijk wind te vangen. Daardoor werden ze regelmatig getroffen door bliksem of beschadigd door rukwinden. De molenaar en zijn klanten moesten altijd opletten voor de draaiende wieken. Een molenaar moest ook goed het weer kunnen inschatten.

DE MOLEN EN ZIJN MOLENAAR

Het werk in de molen was zwaar en hard, maar ook gevaarlijk. Molens stonden vaak op een hoger punt in het landschap om zo veel mogelijk wind te vangen. Daardoor werden ze regelmatig getroffen door bliksem of beschadigd door rukwinden. De molenaar en zijn klanten moesten altijd opletten voor de draaiende wieken. Een molenaar moest ook goed het weer kunnen inschatten.

Molenaars hadden niet altijd een goede naam. Ze stonden vaak bekend als gierig en oneerlijk. Als vergoeding voor het malen kregen ze enkele scheppen meel. Dat zorgde voor discussies. Ze werden er bijvoorbeeld van verdacht zichzelf te veel meel toe te kennen of meel achter te houden en te vervangen door zand. Daarnaast was de molen, die vaak afgelegen was, een ideale plaats voor geheime afspraakjes. Molenaars kregen daardoor geregeld de naam van rokkenjager. Maar het beeld van molenaars was niet volledig negatief. Ze waren ook handig en vindingrijk.

Weetje...Met een stuk houtskool duidde de molenaar op de buitenkant van elke zak graan of meel het gewicht aan. Daarvoor hanteerde de molenaar een complex systeem van symbolen. Zo betekende een streepje voor een getal ‘bijna’, een streepje erna ‘iets meer’. Voor buitenstaanders waren die tekens onbegrijpelijk en leek het wel een geheimschrift. In de volksmond werd het soms ‘meulefrans’ genoemd.