Supermarkt

Felgekleurde affiches maken de klanten wegwijs: ‘Dit is een zelfbedieningszaak; plaats alle artikelen die u nodig hebt in uw boodschappenwagentje en niet in uw persoonlijke boodschappentas.’ Voor de klanten is het even wennen. Ze kunnen niet langer ‘op de poef’ betalen, en ook het zelfbedieningsconcept, het enorme aanbod, de schikking van de afdelingen, de voorverpakte voedingswaren zijn totaal nieuw. Al snel valt de formule in de smaak. Enkel het in plastic voorverpakte vlees stuit in het begin op terughoudendheid.

Langzaam maar zeker verovert de supermarkt een plaats in het dagelijkse leven. De groenteboer, de slager, de melkboer, de parfumerie en de traditionele kruidenier krijgen het moeilijk. Het koopgedrag van de Belgen verandert radicaal. Producten die voorheen als grote luxe werden beschouwd, zijn in de supermarkt te koop aan een lage prijs. Kip wordt het favoriete zondagsgerecht.

Na de stedelijke supermarkten volgen de eerste hypermarkten: enorme winkelcomplexen met reusachtige parkeerterreinen verrijzen langs drukke invalswegen aan de rand van de stad.

Op korte tijd komen er veel supermarkten bij. Delhaize opent er tussen 1957 en 1974 in totaal tachtig, maar ook ketens zoals GB, Sarma, Priba, Nopri en Unic bouwen in ons land een netwerk uit dat snel groter wordt. Elke opening van een supermarkt is een evenement dat een dorp, gemeente of stad soms dagenlang in de ban houdt. De supermarkt wordt het symbool bij uitstek van de nieuwe consumptiemaatschappij in de jaren 1960.