Keuken

Wonen wordt in de jaren zestig spectaculair comfortabeler. Het merendeel van de huizen wordt aangesloten op openbare nutsvoorzieningen zoals elektriciteit, water en het rioleringsnet. Een moderne inbouwkeuken past binnen het budget van een groeiend aantal Belgische gezinnen. De revolutie die de moderne techniek teweegbrengt is in de keuken het sterkst voelbaar.

Nieuwe materialen en producten zoals plastic, tupperware en pyrex veroveren er langzaam hun plaats. Elektrische toestellen maken het huishoudelijke werk efficiënter en aangenamer. De koelkast maakt het overbodig om dagelijks inkopen te doen, de wasmachine neemt de tijdrovende en lastige klus over van het weken, koken en schrobben. De toestellen worden in reclames aangeprezen als de bevrijders van de huisvrouw, ze zouden de vrouw in staat stellen om ook buitenshuis werken. De extra vrije tijd kan gaan naar de kinderen, manlief en naar de huiselijke gezelligheid.

Toch wordt het effect van al deze machines op het werk in de keuken vaak al te rooskleurig afgeschilderd. In de loop van de jaren 1960 gaan inderdaad meer jonge vrouwen uit werken, maar het huishouden blijft de taak van de vrouw. Na het werk wacht haar nog een tweede ‘shift’.