Woonhuis Poperinge - Abele
Woonhuis Poperinge - Abele - #72

Bouwperiode: Begin 19e eeuw | Afkomstig van: Poperinge-Abele | Naar Bokrijk gekomen in: 1978 | locatie in het museum: Oost- en West-Vlaanderen

Het gebouw en haar verleden

Dit erf bestaat uit zes losstaande gebouwen die door een watergracht omgeven zijn. Het woonhuis (1771) stamt uit Abele, bij Poperinge. De stal uit Oostcappel (Frans-Vlaanderen, 19de eeuw) bestaat uit een paardenstal (links), een wagenschob en een koestal (rechts). Het grootste gebouw op het erf is de schuur uit Proven (17de eeuw). Naast het wagenkot (Leisele) en het bakhuis (Watou, 19de eeuw) staat hier ook een hopast (Proven). Dit streekeigen gebouwtje is een droogoven voor hop, basisbestanddeel van bier.


TIJDLIJN


1771

Dit jaartal staat in de balk boven de voordeur en is het vermoedelijke bouwjaar, maar op een detailkaart uit 1771 is alleen een akkerveld te zien.


1841

Petrus Bouquet bouwde het huis en de bijbehorende stallingen tussen 1771 en 1841. Zijn initialen staan ook boven de deur.


1977

Met steun van de Vlaamse Toeristenbond VTB-VAB koopt Bokrijk de hoeve in 1977 van de laatste eigenaar, Urbain Vanneste.


2016

Start restauratiewerken.


OVER HET WOONHUIS

Dit woonhuis stond oorspronkelijk in Poperinge. Volgens een opschrift werd het daar in 1771 gebouwd. Het gebouw is van erfgoedwaarde vanwege zijn leeftijd.

In Bokrijk is het woonhuis omgeven door een watergracht, een stal, een schuur uit Proven en andere bijgebouwen. Deze gebouwen en de inrichting van de site zijn typerend voor een erf zoals die in de hopstreek in West-Vlaanderen voorkwam.

De zijgevels van het woonhuis zijn opgetrokken uit baksteen, terwijl de langsgerichte gevels uit vakwerk bestaan. Ook heeft het mooi metselwerk dat met een driehoekig patroon is afgewerkt. Verdere afwerking is overwegend gedaan in hout, zoals het schrijnwerk dat groen-blauw en wit beschilderd is. De rechthoekige plattegrond herbergt een woonruimte, tussenruimte en kelderruimte met opkamer. Het gebouw bevat in zijn interieur een zeer brede schouw die mooi  is versierd en bekleed is met kleurige tegels.


HOPTEELT

De hopteelt in de streek waar het gebouw vandaan komt, neemt sterk toe in de periode 1800-1900. Hop wordt gebruikt om bier te bewaren en op smaak te brengen.

Hop plukken gebeurde met de hand en in ongemakkelijke houdingen. Het was tijdrovend en heel vermoeiend werk. Het plukken van ‘hommel’, zoals hop in de streek werd genoemd, was seizoensgebonden. Vooral september was een drukke maand. Het hele gezin plukte mee en dagloners kwamen zich jaarlijks van heinde en ver aandienen om de boeren tegen een dagloon bij te staan.

In de streek rond Poperinge wordt vandaag nog altijd hop geteeld. In de19e eeuw kende de teelt in de streek zijn hoogtepunt. De gedroogde hop werd in bier verwerkt. Het drogen gebeurde vaak buiten, door de zonen de wind, in een apart bijgebouw (een hopast) of op zolder. Als de hop droog was, werd hij op een doek door een zolderluik naar beneden gelaten en met de voeten aangestampt. Vervolgens werd de stoffen doek dichtgebonden tot een zak en was de hop klaar om naar de brouwer te gaan.

Zowel tegen de rechtse als tegen de linkse buitenmuur staat binnen een haard. Veel andere huizen in het Openluchtmuseum hebben maar1 schoorsteen. Die huizen hebben meestal een dubbele wandhaard: 2haarden rug aan rug op de scheiding tussen keuken en kamer. Zo kon je 2 ruimtes verwarmen en had je toch maar 1 schoorsteen nodig. Waarom het in dit huis anders is, weten we niet.