Wellenshoeve Lummen
Wellenshoeve Lummen - #33

Bouwperiode: Late 18e eeuw | Afkomstig van: Lummen | Naar Bokrijk gekomen in: 1952 | locatie in het museum: Kempen

Het gebouw en haar verleden

De Engelenhoeve uit Lummen werd in Bokrijk herdoopt tot Wellenshoeve, als eerbetoon aan de kunstschilder Charles Wellens die in 1953 de heropbouw leidde. Boven de toegangsdeur prijkt het bouwjaar van deze typische Kempense boerderij: 1777. In het grote rad aan de voorgevel liet men een hond lopen om zo de boterkarn in het binnenhuis in beweging te houden. Links tegen de gevel is een varkenshok aangebouwd. Het ruime bakhuis is gecombineerd met een bijenhal en een wagenschob.

De eerste hoeve in Bokrijk

De Wellenshoeve verhuisde als eerste gebouw naar Bokrijk. De hoeve had voor kunstschilder Charles Wellens, die de overbrenging coördineerde, een grote persoonlijke waarde. Hij kende de hoeve nog uit zijn jeugd. Oude foto’s en plannen tonen dat de hoeve niet identiek is heropgebouwd in Bokrijk. Er vonden bij de heropbouw heel wat veranderingen plaats. Wellens wilde vooral een mooie hoeve creëren!

Een schilderachtig Openluchtmuseum

Kunstschilder Charles Wellens was een van de grote bezielers van het Openluchtmuseum Bokrijk. Hij zag het domein als een verzameling van pittoreske hoeves uit de Kempen. De opstelling moest kunstenaars inspireren en wandelaars laten genieten van de sfeer van de Kempen van weleer. In de Wellenshoeve wilde Wellens aanvankelijk een schildersatelier oprichten. Hij voegde daarom schilderachtige elementen toe aan de hoeve, zoals het hondenrad en de dakkapellen. Ook de plaats van de hoeve koos hij uit vanwege het schilderachtige decor, onder een oude eik. De originele hoeve paste er alleen wanneer ze in spiegelbeeld stond en werd dus omgekeerd heropgebouwd!

Een bedreigd landschap

Met zijn schilderijen wilde Charles Wellens het romantische landschap van de Kempen vastleggen. Dat landschap was in de eerste helft van de 20e eeuw aan het verdwijnen. In Bokrijk zou een stukje van dat landschap bewaard blijven. Boerderijen en bedrijfsgebouwen die op het punt stonden voor altijd te verdwijnen, kregen onder Wellens’ opvolger, conservator Jozef Weyns, een nieuwe plaats.