Bruegelhoeve Vorselaar
Bruegelhoeve Vorselaar - #37

Bouwperiode: 16e eeuw | Afkomstig van: Vorselaar | Naar Bokrijk gekomen in: 1962 | locatie in het museum: Kempen

Het gebouw en haar verleden

De hoeve uit Vorselaar (ca. 1600) is een gedeeltelijk gereconstrueerd woonstalhuis uit de Kempen, zoals dat wordt aangetroffen op de schilderijen van Pieter Bruegel. Typisch is de overkragende bovenverdieping van het lemen woongedeelte. De inrichting van de kamer is geïnspireerd op een gravure van Bruegel. De tegenoverliggende schuur is afkomstig van Mol-Sluis (18de eeuw)

TIJDSLIJN


Voor 1600


In Vispluk, een gehucht van Vorselaar, wordt vlakbij de handelsweg naar Keulen het oudste deel van deze woning gebouwd.


1925


‘Suske’ Willems bouwt een diamantslijperij naast de stal. Eerder was er ook al een paardenstal en een extra slaapkamer toegevoegd.


 

1962


De laatste eigenaar van de hoeve, Emiel Willems uit Hasselt, schenkt het gebouw aan Bokrijk.


1969

 

Voor de 400e verjaardag van het overlijden van Pieter Bruegel de Oude krijgt de hoeve ‘breugeliaanse’ elementen, zoals de glas-in-loodramen.


2017

Start van de restauratie 



OVER HET WOONHUIS

Woonde Pieter Bruegel de Oude hier? Nee, de schilder Pieter Bruegel de Oude heeft niets met deze boerenwoning te maken. De hoeve kreeg haar bijnaam in Bokrijk omdat ze een van de laatste voorbeelden is van het soort hoeves die je op de schilderijen van Bruegel ziet. Let bijvoorbeeld op de ‘overkraging’ van de zolder – de ‘oversteek’ – die je aan de rechterzijde kunt zien.

Het woonstalhuis uit Vorselaar uit de 16e eeuw bestaat grotendeels uit vakwerk maar heeft ook delen in baksteen. Deze combinatie van materialen is pas in een latere fase ontstaan en is typerend voor de 18e en 19e eeuw. Het gebouw zag er bij de verhuizing naar Bokrijk niet zo uit als nu. Toen, in 1962, bevond het woonstalhuis zich in erbarmelijke toestand: al het leem was ingeruild voor (machine)baksteen. Voor de heropbouw werd er daarom gekozen voor het samenvoegen van 3 gebouwen. De westelijke sluitgevel komt van een afgebroken boerderij in Plassendonk en de bakstenen voorgevel is een reconstructie waarvoor de Halschoorhoeve uit Minderhout als voorbeeld diende.

Na 1600 werd de wandhaard, die je in dit huis en elders in het museum ziet, de meest gebruikelijke manier van verwarmen. Vuur ontsteken was een werk van lange adem. Je liet het daarom liefst niet helemaal doven. Als je de haard toch opnieuw moest aansteken, keek je bij welke buur er vuur brandde en ging je het daar ‘lenen’.