Olieslagmolen Ellikom
Olieslagmolen Ellikom - #43

Bouwperiode: 18e eeuw | Afkomstig van: Ellikom | Naar Bokrijk gekomen in: 1963 | locatie in het museum: Kempen

Het gebouw en haar verleden

In deze watermolen (1702) werd olie gewonnen. Uit raap- en koolzaad werd keukenolie bereid. Lijnzaad werd verwerkt tot brandstof voor olielampen of tot mengstof voor het maken van verf. De bewerking gebeurde in drie stappen : eerst werden de zaden gebroken onder het gewicht van de molenstenen en vervolgens verhit; de olie werd uiteindelijk uit de zaden geperst door herhaaldelijke inslag van de staande balk op de slagbank.

Van verlichting tot veevoeder

In deze molen perste men olie uit raapzaad, koolzaad en lijnzaad. Raapzaad en koolzaad leverden olie op om in de keuken te gebruiken. Van de olie uit lijnzaad maakte men brandstof voor olielampen, zeep en mengstof voor de productie van verf. Na het persen van olie uit zaad blijft er een soort harde koek achter. Die oliekoek diende als veevoeder.

Van zaad tot olie

De oliehoudende zaden worden eerst gebroken onder het gewicht van de molenstenen. Daarna wordt het zaad verwarmd tot ongeveer 40 °C. Het zaad wordt dan met trechters in doorlaatbare zakjes gedaan. Die gevulde zakjes worden in de slagbank gelegd. Door de zakjes in de slagbank te pletten, komt de olie uit het zaad. Het pletten gebeurt via een zware, verticale balk, die wordt aangedreven door de molen. Wat na het pletten van het zaad overblijft, vormt een harde koek. Om daar de laatste olie uit te persen, wordt die koek opgewarmd tot 80 °C. Daarna volgt opnieuw het persproces.

Zie je de molenstenen in de buurt van de molen?

Molenstenen plaatsen of vervangen is een huzarenstuk. De verticale, ronddraaiende molenstenen wegen 1000 à 1500 kilo! Om zo’n molensteen naar de molen te brengen, waren ongeveer 6 paarden nodig. De molenstenen die niet langer dienstdeden, werden naar buiten gerold en bleven daar liggen.