Herberg 'in St.-Gummarus' Lier
Herberg 'in Sint-Gummarus' Lier - #54

Bouwperiode: 18e eeuw | Afkomstig van: Lier | Naar Bokrijk gekomen in: 1955 | locatie in het museum: Kempen

Het gebouw en haar verleden

Landelijke herberg met bijbehorende bedrijfsgebouwen (Antwerpen). De afspanning in Sint-Gummarus uit Lier (ca. 1750) herleeft te Bokrijk als museumherberg. De oorspronkelijke gelagzaal werd vergroot door het weglaten van de binnenmuren. Hierdoor verdween de vroegere verdeling tussen privévertrekken en herberg. De stalpartij sluit aan op het woongedeelte. Aan de achterzijde van het gebouw zijn twee typische herbergspelen opgesteld: een kegelbaan en een beugelbaan. Op het erf staan ook nog een wagenschob uit Bergeijk (Noord-Brabant, Nederland) en een schuur uit Mol-Zelm.

Afspanning en herberg ‘In Sint-Gummarus’ was oorspronkelijk een herberg en een afspanning. Een afspanning was een plek waar men paarden kon uitspannen om ze te laten rusten en drinken, en ze te verzorgen. Dat kon even duren. Intussen kon de koetsier iets drinken en eten. Afspanningen stonden vaak langs hoofdstraten, aan pleinen of langs toegangswegen van een dorp of stad, zo ook ‘In Sint-Gummarus’.

Wie kwam er naar de herberg?

Naast koetsiers en voermannen kwamen er ook boeren uit de omgeving of voorbijtrekkende bedevaarders naar de herberg. Boeren kwamen langs op weg naar de markt of spraken in de herberg af met (vee)kooplui en slagers om hun waren te verkopen. Bij een geboorte, een huwelijk, een jubileum, … vierden de mensen feest in de herberg. Heel wat verenigingen kwamen er ook bij elkaar. De Lierse stadsbewoners, al spottend schapenkoppen genoemd, kwamen zich er op zondag regelmatig ontspannen. Binnen dronken ze, speelden ze kaart, biljart en vogelpik, zongen ze en dansten ze. Buiten was een kegelbaan en een handboogbaan.

Mannen aan de toog, vrouwen erachter?

De kerk zag liever geen vrouwen in de herberg. Maar daar hielden de dorpelingen zich niet aan! Jongens en meisjes, mannen en vrouwen, gingen samen naar de herberg om er te drinken, te dansen en plezier te maken. Achter de tapkraan stond ook vaak een vrouw: de echtgenote, dochter of meid van de herbergier of een weduwe.