Woonhuis Kortessem
Woonhuis Kortessem - #21

Bouwperiode: Midden 17e eeuw | Afkomstig van: Kortessem | Naar Bokrijk gekomen in: 1954 | locatie in het museum: Haspengouw

Het gebouw en haar verleden

Dit L-vormig boerderijtje in vakwerk is afkomstig uit Vochtig-Haspengouw. Het huisje dateert uit midden 17e eeuw. Het woongedeelte is bereikbaar langs de nere. Haaks tegen de woonvertrekken is er een stal gebouwd. Op hetzelfde erf bevindt zich een varkenshok uit Schakkebroek en een bakhuis met secreet uit Zolder-Viversel. In het portaaltje, de nere, hangt de afscheidsgroet die de laatste bewoner, Jan Claesen, voor zijn huis dichtte.

Een huis uit vakwerk
Kijk naar de muren van dit huis. Het is opgetrokken in vakwerk. Dat was goedkoper dan een volledig houten of stenen huis. Houten balken vormen de basis. Daartussen bevindt zich een vlechtwerk van latten en twijgen. Dat vlechtwerk is bedekt met een mengeling van leem, stro en paardenurine of ammoniak. Daarover kwam een kalklaag. Vakwerk verdween geleidelijk toen hout schaarser werd en steen aan populariteit won.

Een bouwpakket

De huizen in Bokrijk stonden oorspronkelijk ergens anders en werden hier opnieuw opgebouwd. Maar hoe haal je een huis uit elkaar zonder het te beschadigen? Bij dit huis werd eerst de vulling van de wanden verwijderd. Vervolgens werden de dakpannen weggehaald. De houten constructie die overbleef, kon makkelijk worden vervoerd. In Bokrijk verving een timmerman het rotte hout. Daarna zette hij de balken weer ineen. De muren werden gevuld met nieuw vlechtwerk en leem. Tot slot werd het dak opnieuw bedekt. Dit huis werd opgebouwd volgens de staat waarin het zich in 1900 vermoedelijk bevond. In 2015 is het vakwerk volledig vernieuwd.

Jan Claesen doet het zelf!
Veel zaken die we vandaag in de winkel kopen, maakten mensen vroeger zelf. Jan Claesen was varkenskoopman van beroep. Maar hij maakte ook klompen, onderhield een groentetuin en een boomgaard en bakte brood. Hij spon wol en hij maakte kaas. Zijn bijen brachten hem honing. En ook een beetje plezier mocht niet ontbreken: van zijn appels maakte hij cider.