Spijker Diepenbeek
Spijker Diepenbeek - #18

Bouwperiode: 17e eeuw | Afkomstig van: Diepenbeek | Naar Bokrijk gekomen in: 1971 | locatie in het museum: Haspengouw

Het gebouw en haar verleden

Een spijker was een opslagplaats voor graan. Soms werd de bendenverdieping bewoond. Het gebouw dateert van omstreeks 1600. Bijzonder is de overkragende verdieping die in de 16de of 17de eeuw relatief veel voorkwam, maar heel zelden bewaard gebleven is. Mogelijk werd er mout opgeslagen die in Het Paenhuys tot bier verwerkt werd.

Wat is een spijker?

Een spijker is een opslagplaats voor graan die vooral op het platteland voorkwam. In steden stonden (stenen) pakhuizen. In een spijker bewaarde men het graan los op de houten zoldervloer. De zoldervloer was droger dan de begane grond. In stedelijke pakhuizen bewaarde men graan al snel in zakken of balen. Daarin was het veiliger voor ratten, die ziekten konden veroorzaken.

Graan oogsten was teamwerk

Eerst maaiden de mannen het graan met de zeis of pik. De vrouwen en kinderen bonden het graan vervolgens bijeen in bundels. Daarna zetten ze die bundels rechtop in schoven op het veld om te drogen. Knechten bewaakten ’s nachts de oogst. Wanneer het graan droog was, haalden de boeren de schoven binnen en sloegen ze op in een graanschuur of spijker. Nadat ze de graanbundels binnen hadden gehaald, harkten ze de aren die op het veld waren gevallen bijeen. Het graan werd pas in de winter gedorst. Vanaf 1880 namen machines het maaien en dorsen van graan stilaan over.

Oogstfeest: de boer trakteert!

De oogst binnenhalen was een belangrijk moment. Afhankelijk van de weersomstandigheden gebeurde dat in augustus of september. Meestal versierden de boeren de kar met de laatste oogst en voerden die feestelijk naar het erf. Daar trakteerde de boer zijn werkvolk op een oogstfeest. Zo vierden ze meteen ook het einde van een zomer met lange werkdagen.